Wie ben ik?



                                                                                                    
Ik ben Ingrid Mispelblom Beyer en getrouwd met Geert en samen zijn wij de ouders van vijf prachtige kinderen. Ik ben ook de  oudste dochter uit een gezin van zeven kinderen.
De kennis die ik verworven heb, komt uit de praktijk van alledag en is inmiddels vrij breed geworden.   


Korte geschiedenis
In de loop der jaren heb ik mij ontwikkeld tot een fulltime praktijkdeskundige. Houd mij regelmatig bezig met de diverse vormen van Zorg die op mijn weg komen. Dat kan varieren van de zorg rond kinderen met en zonder een verstandelijke beperking  tot de zorg rond ouderen.  Gaandeweg leerde ik  oplossingsgericht te denken en te werken en vooral zeer creatief te zijn.  

Kinderen en communicatie
We wilden  graag kinderen een veilig thuis bieden. We kregen in 1983 en in 1988 onze vijf kinderen in de leeftijden van 3 t/m 8 jaar. Daarnaast waren we gedurende een aantal jaren een weekend-vakantie- gezin voor andere kinderen.    
In de laatste jaren heb ik een steentje bij mogen dragen t.b.v. deskundigheidsbevordering aan deskundigen en geef alleen of samen met een deskundige praktijkgerichte voorlichting door het bieden van handvatten aan medewerkers in de zorg en voor studenten. 
Door goed samen te werken en naast elkaar te staan en van elkaar te willen leren, goed te kunnen communiceren, en te werken met de communicatiedriehoek,  kan je heel veel bereiken met o.a. cliënten, die onder de doelgroep (L.)V.G. met gedragsproblemen vallen. 
 
Vrijwilligerswerk
Naast ons dagelijks werk, was ik vrijwilliger bij diverse organisaties.  Ik ben o.a. 10 jaar bestuurslid geweest bij de V44 vereniging (oldtimerclub) als activiteitencoördinator en eindredacteur  van het V44 bulletin. 

Mijn interesse in de problematiek in de Derde Wereld groeide. Dit werd versterkt door de komst van onze kinderen, die uit Colombia kwamen.  Ik ging mij toen inzetten als vrijwilliger voor de vereniging Wereldkinderen.

Nazorg
In 1989 werd ik door de WAN (Wegwijzer Adoptie Nazorg), benaderd om de nazorgwerkgroep Nerva te helpen heroprichten.  Dit werk heb ik ruim twaalf jaar met veel plezier gedaan en dat heeft ertoe bijgedragen dat ik enig inzicht leerde krijgen wat er zoal speelde aan de ‘zware kant' van adoptie. 
We ontdekten ondermeer hoe weinig er nog bekend was over het aantal kinderen dat met een verstandelijke beperking geadopteerd werd. Ook waar het aan kennis ontbrak op welke wijze deze kinderen begeleid konden worden of naar wie we de ouders konden  verwijzen.
We maakten onze eigen sociale kaart, welke grotendeels bestond uit praktijkervaringen van ouders. 
Hierna ben ik mij nog meer gaan richten op de doelgroep mensen met een verstandelijke beperking en gehechtheid om deze onder de aandacht te brengen en te houden.

De Federatie van Ouderverenigingen (FvO) pakte dit op en stelden vast dat de doelgroep groter was en ook mensen met een verstandelijke beperking betrof die niet geadopteerd zijn.
Dit leidde tot de opzet van diverse netwerken waarvan ik (mede-) initiator ben geweest, zoals:
  • Het SPD (nu MEE)-netwerk.
    Dit netwerk heeft vijf jaar bestaan en organiseerde studiedagen voor hun medewerkers.
  • Het oudernetwerk OverSchatten.
    Dit netwerk is opgericht in 2000 en heeft negen jaar bestaan. Het netwerk organiseerde ouderbijeenkomsten en studiedagen voor ouders en deskundigen. 
  • Het hulpverleningsnetwerk Atrium.
    Dit netwerk is opgericht in 2001 en bestaat uit praktijkdeskundigen en deskundigen en is nu ook een intervisiegroep. 
  • De informatiesite GoedGehecht.
    Deze site is opgezet in 2007 en daar  leest u nu in.

Verder..
Naast voorgaande activiteiten, blijft (verhalen) schrijven  tot een van mijn passies horen. Ik ben (mede-) redacteur van enkele regionale en landelijke bladen geweest en heb daar veel geleerd en schrijf nu nog regelmatig columns voor derden.


Aanleiding  GoedGehecht
Onze oudste drie kinderen bleken na verloop van tijd een verstandelijke beperking te hebben.  Ook bleek er  sprake te zijn van gehechtheidsproblematiek. afbDeze combinatie van problematieken bleek nauwelijks bekend te zijn binnen de hulpverlening. Hierdoor stonden we er als ouders vaak alleen voor.
Dit heeft er toe geleid dat wij veel gingen lezen en overal waar het maar kon, informatie haalden.

Wij wisten onze eigen begeleiding te ontwikkelen door actief te leren luisteren, actief te leren kijken en onze intuïtie te volgen en te leren kijken naar de werkelijke betekenis van het gedrag van onze kinderen.

In de loop der jaren bouwden we hierdoor veel praktijkdeskundigheid op.
Nadat onze kinderen uit huis gingen, leerden wij dat samenwerken (de communicatiedriehoek)  met deskundigen noodzakelijk is om onze en deze kinderen, een zo stabiel en gelukkig mogelijk leven te kunnen blijven bieden.

Wij hebben ervaren dat er veel mogelijk is en dat:  

  • samenwerken met hulpverleners en begeleiders een haalbaar doel is.
  • wanneer wij naast elkaar staan dat je juist met kinderen die verstandelijk beperkt zijn erg veel kunt bereiken. Niet alleen op emotioneel, maar ook op cognitief gebied.
  • juist door een goede samenwerking met alle betrokkenen, onze kinderen in staat zijn een relatie met anderen aan te gaan.
    Dat loslaten mag.
  • door onze kennis te verspreiden aan zowel ouders als hulpverleners, onze ervaring breder is geworden en onze ervaring ook die van anderen en van elkaar is geworden.
  • onmogelijkheden mogelijk(heden) zijn geworden!

Slot
Op deze site ziet u zowel positieve als negatieve voorbeelden.
Wij delen ook de negatieve kant, omdat wij er nog steeds van uitgaan dat de negatieve voorbeelden ook weer positief kunnen worden.

Onze kinderen zijn GoedGehecht aan ons. Het is de basis die zij nodig hebben om van daaruit verder te kunnen groeien.