Verhalen uit de Praktijk



                                    lezen

Onderstaande verhalen zijn verhalen uit de Praktijk.
Bij het menu Gehechtheid staan eveneens voorbeelden uit de Praktijk vermeld
Wanneer u  een verhaal heeft dat u wilt delen met anderen, dan kunt u een mail zenden naar:
info@GoedGehecht.nl.




Titels:
  • Soms 
  • Een glimlach
  • Ouderliefde
  • David
  • Loyaliteit
  • Eva
  • Tweestrijdig
  • Normbesef
  • Raoel
  • Eenzaam
  • Kinderopvang
  • Vriendschap
  • Wil je mijn mamma zijn?
  • Echt niet?
  • Een vraagje
  • Kerst 

 

 Soms

Soms heb je het gevoel dat je zwemt
Je hoofd maar net boven water houdt 

Soms voel je als een vis op het droge
Alleen en eenzaam 

Soms voel je je als een vis in het water
Sterk en zelfverzekerd 

Soms heb je het gevoel dat je rondjes zwemt
Nergens heen. 

Soms heb je het gevoel dat niemand je begrijpt
Je ver weg wilt van dit alles 

Soms wil je wel eens die arm
Waarop je kunt rekenen 

Soms wil je wel eens die knuffel
Het gevoel dat er nog iemand van je houdt 

Soms ben je zo kwetsbaar
En gelijk mooi 

Soms ben je gelukkig
Heel vluchtig maar
Bang om het gevoel weer te verliezen 

Soms…
Soms, zou altijd moeten zijn



 Een glimlach
Het is zaterdagmiddag en Juri had zichzelf uitgenodigd om langs te komen. Hij wilde wel wat klusjes doen in de tuin. Daar Juri een rustige doorwerker is met kijk op dingen, is hij een goede hulp voor ons. Hij lacht veel en vooral wanneer hij gewaardeerd wordt voor zijn werkjes, straalt hij. 

Het is ons niet altijd duidelijk of Juri graag alleen met ons is, of dat hij wil dat zijn broers en zussen ook thuis zijn. We hebben dus besloten dat we per keer de vraag aan Juri zullen stellen en zijn reactie afwachten. Zo ook op deze middag.
Ik vroeg aan hem of ik zijn zus zal bellen of dat hij alleen wilde zijn. Een grote grijns verschijnt op zijn gezicht en traag reageert hij met: ‘Ja, dat wil ik wel. Dat vind ik wel gezellig’. Ik vroeg of hij haar zelf wilde bellen en dat deed hij direct.

Daar bij Juri nooit iets alleen komt, volgt meteen een volgend voorstel van hem: ‘Dan kan ik meteen vragen of ze morgen bij mij wil komen eten’. Dat leek mij ook wel een leuk idee, dus hem voorgesteld eerst dan even zijn leiding te bellen of dat voor hen ook akkoord was. Zo geschiedde. Leiding kon zich hierin vinden en met een nog bredere lach belde hij zijn zus. Zij reageerde zeer enthousiast dat ze deze middag bij ons zou komen, maar raakte nog enthousiaster toen ze van het plan van Juri hoorde.
Juri sloot het telefoongesprek af en zei met een stralend gezicht en op zijn vertrouwde trage wijze: ‘Ze vindt het leuk”. Nu dat was me al duidelijk gezien het gekwetter dat ik via de telefoon al waarnam.

Die middag stond in de planning de schoonmaak van terras en stoelen. Met een hogedrukspuit ging ik beiden te lijf. Althans dat was de bedoeling. Toen Juri het apparaat zag, week hij niet meer van mijn zijde. Het scheelde niet veel of het apparaat had hij al in zijn handen. viirdat ik er nog maar naar kon wijzen. 
Hij lette goed op hoe ik e.e.a. aanpakte. Op mijn beurt keek ik hoe hij de zaken observeerde en gaf hem uiteindelijk de spuit. Op afstand zag ik dat hij zeer nauwkeurig zijn nieuw verworven taak oppakte. Nadat hij klaar was liet hij vol trots het resultaat zien, uiteraard direct gevolgd door de vraag: ‘Zijn er nog meer stoelen die ik kan schoonmaken?’. Het antwoord luidde: ‘ja’. Ik was nog maar net uitgesproken of Juri liep al naar de schuur en koos daar een tweetal stoelen uit. Vrij zware exemplaren, maar voor Juri geen enkel probleem. Hij tilde ze met veel gemak naar de schoonmaakplek. Liefst met twee tegelijk, echter dat bleek net even teveel van het goede.

Ondertussen was zijn zus ook aangekomen. Ze keek op haar horloge en vond dat het al theetijd was. Ze stelde voor dit op het terras te doen, echter wilde wel eerst de vogelbadjes voorzien van water, zodat de vogeltjes konden badderen. Het was warm weer en volgens haar hebben vogeltjes dan ook behoefte aan een bad. Haar gedachte werd snel bevestigd, want zodra de vogeltjes het verse water zagen, werd er gretig gebruik van gemaakt, dit tot grote vreugde van de waterdrager.
Na ruim 15 minuten verscheen onze dochter opnieuw binnen ons gezichtsveld en deze keer had zij een dienblad met glazen thee in haar hand. Uiteraard ontbrak het koekje ook niet. Maar liefst een heel pak had ze meegenomen.
Het drinkmoment is altijd een vast punt in onze dagindeling geweest, toen onze kinderen nog thuis woonden. Ze hebben hier houvast aan. Dit blijkt ook nog bij ieder bezoek, omdat dat ze ons er zelf aan blijven herinneren. Er is er altijd wel eentje die dit onderdeel van de middag voor zijn rekening neemt.
Het theemoment is ook een gelegenheid om ieders verhaal te horen waar men mee bezig is. Hun wensjes; hun probleempjes en wat hen zoal bezig houdt, vernemen we dan ook meteen. Het vraagt een actieve vorm van luisteren, want er wordt aardig wat over en weer gebabbeld.
Ook wel handig om gebeurtenissen op deze wijze waar te nemen, daar er meestal geen reactie gevraagd wordt, omdat zich snel nieuwe onderwerpen aankondigen, die dan nog veel belangrijker zijn! In feite is de behoefte om hun verhaal kwijt te kunnen groter, dan de reactie daarop. Het geeft je als ouder een aardig beeld hoe ze in hun vel zitten en waar het even om aandacht vraagt. Sommige zaken bespreek ik dan later met hun begeleider of stem even af wanneer er meer gaande is of lijkt te spelen.

Wanneer Juri’s zus praat, moet je nog wel eens ingrijpen dat ze niet alle tijd opslokt. Juri wordt dan erg stil en wacht zijn moment dan ook rustig af. Een andere broer eist echter wel zijn aandacht op en kan geïrriteerd raken. Meestal lacht Juri alleen maar en vooral wanneer hij weer iets hoort wat in zijn ogen ‘ een beetje dom’ is. Gevoel voor humor heeft hij, en maakt hierin ook perfect oogcontact met ons. Zonder woorden, zaken uitwisselen, werkt soms nog beter dan met woorden.
Hoewel Juri het meestal wel leuk vindt dat zijn broers en zussen er zijn, zorg ik er wel voor dat hij of iets eerder komt, of iets later weg gaat dan de anderen. Gewoon om even te polsen hoe de dag voor hem was.

De laatste keer vertelde ik hem dat we een leuke vakantie voor hem gevonden hadden. Hij sport veel en begon te stralen toen ik vertelde dat er weer mountainbikes te huur waren; er een zwembad was en er veel gelopen zou worden. Het land was ook een goede keuze en paste op zijn al eerder geuite ‘wensenlijstje’. De mountainbikes vond hij wel het mooist! Ook heeft hij wel eens meegedaan aan abseilen. Bang is hij niet. Hij pakt alles aan wat hem voorgesteld wordt.

Het werd tijd voor het afscheid. Met een glimlach op zijn gezicht en de vakantiefolder in zijn zak, keerde hij huiswaarts. Hij keek nog even achterom en riep met een grote glimlach op zijn gezicht: ‘Volgende week vrijdag ben ik vrij, dus als je wat te doen hebt, zeg het maar.’

 Ouderliefde

Wij hebben ons ouderschap over deze kinderen
Anders in moeten vullen dan we gedacht hadden
We hebben heel wat grenzen moeten verleggen
En we hebben heel wat grenzen moeten trekken
Maar de stille aanhouder wint
En wij plukken de vruchten
Van ons onverwoestbaar doorgaan
Práchtkinderen hebben we
Die het nooit makkelijk zullen krijgen
En het niet alleen zullen kunnen redden
Maar die wél hebben mogen proeven
Van de onvoorwaardelijkheid van onze ouderliefde.


 David
David is samen met zijn broer en zus voorgesteld aan de ouders als een jongen die in de steek gelaten is en een straatleven leidde. Hij verbleef gedurende één jaar in een kindertehuis en wat later bleek, een ‘speciaal kindertehuis’. Zijn broer en zus werden in een ander kindertehuis geplaatst. Niet duidelijk is wat ‘speciaal’ in hield. Bij navraag, vijf jaar later in het land van herkomst bleek dit tehuis niet meer te bestaan. De begeleiders van zijn broer en zus wisten David nog te herinneren en vroegen meteen hoe het met hem ging.

Wanneer David in Nederland komt, blijkt hij een jongen te zijn die vrij snel verbaal agressief kan zijn. Met name wanneer zaken onduidelijk zijn. Eveneens blijkt uit de verhalen dat hij nooit afscheid genomen heeft van zijn moeder. Dit in tegenstelling tot zijn broer en zus. Een tolk gaf aan dat zijn taalontwikkeling slecht is. Zijn gebit en handbotfoto’s geven aan dat hij zeker twee jaar ouder moet zijn. Zijn lengte is 1m28. Zijn lichaam zit vol met littekens. Uit de verhalen begrijpen de ouders dat hij geslagen is met riemen en stokken en letsel heeft opgelopen door acties zoals het plegen van inbraken. Zowel de grove als fijne motoriek zijn slecht. Zijn rug is krom en zijn handen hebben de vorm van klauwen. Hem wel of niet onverwacht aanraken leveren angstreacties op.

David is de baas over de andere twee kinderen. De ouders respecteren dit en geleidelijk aan draagt hij deze zorg aan hen over. Deze overdracht duurt ruim twee jaar.
 Hij zou ook de baas over zijn biologische moeder zijn geweest. In Nederland blijkt hij wel een duidelijk man-vrouw patroon te kennen. Wanneer hij iets niet begrijpt, raadpleegt hij zijn broer en beiden vullen elkaar dan weer aan.
‘Toen ik David ontmoette, had ik meteen een zwak voor hem’ vertelde zijn moeder. ‘Waarom weet ik niet, het is een gevoel dat je hem meer moet beschermen dan de andere twee’.

Nadat David een maand in Nederland is, gaat hij naar een kleine basisschool. In het begin wil hij niet naar school, raakt van slag en uit dit door boosheid en zoekt steun bij zijn broer. Deze is zeer leergierig en weet hem over te halen. Op school heeft David weinig aansluiting. Hij is vaak opgelucht als hij weer thuis is. Hij stelt voor om met zijn vader mee te gaan naar zijn werk. Zijn ouders gaan in gesprek met de school en vertellen wat zij thuis ervaren. Noch de school noch de huisarts denkt dat er sprake is van een probleem en vinden dat David moet wennen aan de nieuwe situatie waarin hij terecht gekomen is.

De situatie verandert echter niet. Thuis nemen de woedeaanvallen toe en Davids ouders gaan op eigen gelegenheid naar de hulpverlening. De hulpverlening testen en observeren David en constateren dat hij op een verkeerde school zit. Zij verwijzen hem naar een school met medische begeleiding. Binnen het jaar blijkt David ook hier niet op zijn plaats te zijn. Hij gaat vervolgens naar een ZML school (zeer moeilijk lerende kinderen). Op deze school verblijft hij uiteindelijk tot zijn 20e jaar.

Tot het moment dat David uit huis zou gaan, hij is dan 17 jaar, is gesproken dat David een ontwikkelingsachterstand heeft. David is verstandelijk beperkt, zijn IQ is 50-55. Zijn emotionele niveau is vergelijkbaar met een kind van twee/drie jaar; cognitief varieert dit tussen twee en acht jaar. Het verschil in ontwikkeling en zijn goede babbel zorgen ervoor dat David vaak overschat wordt. Daarnaast overschat hij zichzelf. Beide vormen van overschatting en daarnaast de vele overvragingen welke hieruit voortvloeien, blijven als een rode draad door zijn leven gaan. 
De gevolgen zijn ernstig.  


 Loyaliteit 
Ik houd van mijn ouders
Al laat ik dat soms moeilijk zien
Dat vind ik wel moeilijk
Eigenlijk zijn ze niet mijn ouders
Mijn echte moeder woont hier ver vandaan.
Ik weet niet meer zo veel van haar.
Van haar houd ik ook. 

Soms als ik op mijn kamer ben en tv kijk
Denk ik wel eens aan mijn echte moeder
Hoe zal het met haar zijn?
Het is zo lang geleden dat ik haar zag.
Kent ze mij nog wel?
Is ze mij niet vergeten? 
Ik zou wel eens willen weten hoe ze leeft.

Had ik maar een foto.
Mam weet hoe ze heet.
Soms praat ik er met haar over.
Mam vind het leuk wanneer ik over mijn moeder praat. 
Ik denk dat ik maar niet ga zoeken.
Of toch wel?
Ik vind het ook wel een beetje eng.
Kunnen we elkaar dan wel verstaan?
Ik denk het niet.

Weet je wanneer ik haar wel zie?
Als ik in de hemel ben.
Daar is ze ook
Hè mam?
En dan hebben we alle tijd
Om gezellig te praten.

Misschien ben ik dan ook
Net als alle andere kinderen
En kan ik naar een gewone school.
Want in de hemel
Is iedereen gelijk.
Hè mam!

 Eva
De eerste keer dat wij Eva zien, zien wij een klein meisje met grote bruine kijkers.Praten doet ze nauwelijks en ze is niet in staat om vast voedsel te eten. Lopen weigert Eva. Vaak zit ze in een hoekje van de kamer stil te spelen met een zakdoekje. Zij lijkt apathisch. Wat door ons heen gaat: ‘is zij niet autistisch?’
Zij krijst honderduit op het moment dat zij de douche ziet en naar bed gaat. Op haar hoofd zien we een herstellende wond, uit haar oor komt pus. Haar lichaam toont wondjes en littekens. Eva zit graag en lang op schoot.


Bij terugkeer in Nederland constateert de huisarts dat Eva een zgn. ‘allemansvriendje’ is en adviseert haar op een crèche te plaatsen en ervoor zorg te dragen dat alleen wij haar van de crèche ophalen, zodat ze zou leren wie bij haar hoort. Niet veel later en na verder medisch onderzoek is geconstateerd dat haar leeftijd twee jaar hoger zou zijn. Zij is ook mishandeld geweest . Lang weigerde ze te spreken en gilde ze alles bij elkaar om haar zin te krijgen. Ze wees dan met haar vinger naar wat ze wilde.

Geleidelijk aan leert Eva wie bij haar hoort. Zij begint brood te eten en geprakt warm eten. Als ze thuis is wijkt ze niet van mijn zijde en zodra ze de kans krijgt grijpt ze mijn been, klampt zich daaraan vast en gaat op mijn voet zitten.
Het advies van een deskundige is: ‘Geef toe aan haar behoeftes’. Eva is waarschijnlijk diverse levensfases aan het inhalen.
Ik kan vrij strak en duidelijk zijn en breng hierdoor veel regelmaat in haar leven. Dat biedt vertrouwen en zekerheid. Wil ze iets hebben, dan willen we dat ze probeert te praten in plaats van te gaan schreeuwen. Dit levert soms een strijd op met vooral veel gekrijs van haar zijde, maar met veel geduld lukt het uiteindelijk wel.
Na drie maanden verandert haar klampgedrag en geleidelijk aan kunnen we met behulp van spel haar wat losser maken. Eva leert ook goed alleen te spelen met speelgoed.

Zodra Eva is gaan praten, is dit ook nauwelijks meer te stoppen.. Vaak denken wij nog met enige weemoed aan de stille Eva terug. Zij spreekt namelijk ook hard en duidelijk; neemt geen blad voor de mond en is daarnaast altijd centraal aanwezig. Dat neemt alleen maar toe naarmate ze ouder wordt. Soms zonderen we haar af op haar kamer om even rust te krijgen. Zowel voor haarzelf, omdat ze zoveel waarneemt en dus alles van haar commentaar moet voorzien, als voor ons om even de oren wat rust te gunnen. In haar spel met de poppen horen wij dat ze veel verwerkt wat ze op die dag meegemaakt heeft. Alle poppen krijgen een eigen rol en een eigen stem.

Eva is snel jaloers en voelt zich vaak tekort gedaan. Zij weet exact wanneer ze zich kan misdragen. Wij leren haar direct op haar gedrag te corrigeren in plaats van dit uit te stellen naar een later tijdstip en rekening te houden met de mogelijke toehoorders. Uitstel heeft geen zin, omdat ze dan al lang vergeten is waar het om gaat.

Nadat Eva naar de crèche ging en de schoolleeftijd bereikt heeft, laten wij haar testen bij het speciaal onderwijs. Aanvankelijk wil de school hieraan niet meewerken, maar na enig aandringen van onze zijde vindt dit wel plaats. Eva blijkt te hoog ingeschat te zijn en is van school veranderd en toegelaten bij een IOBK school (In ontwikkeling bedreigde kleuters). Haar vervolgonderwijs wordt MLK (moeilijk lerende kinderen) op ZML (zeer moeilijk lerende kinderen) niveau. Eva krijgt i.v.m. haar slechte hand/ oog coördinatie, sensomotoriek en logopedie.

Op 20 jarige leeftijd wordt Eva getest door de zorginstelling waar ze vanaf haar 17e jaar woont. Zij is emotioneel ca 3-4 jaar en cognitief tussen de 3 en 10 jaar. Eva kan lezen. Zij vraagt om een beschermde woon-en begeleidingsvorm met begeleiding die bekend is met gehechtheid.

Nu zoveel jaren later mogen we vaststellen dat het nog steeds erg goed gaat met Eva. En dat mede dankzij haar persoonlijk begeleider. Een prachtvrouw met veel kennis van zaken en goed in de communicatie met alle betrokkenen.


 Tweestrijdig

Klein verwaarloosd meisje,
wat maak je me zacht
en wat maak je me hard
Ik kan diep van je houden
en ik kan je ineens verafschuwen
Ik kan om je lachen
en ik kan om je huilen
Ik wil voor je zorgen
maar soms wil ik schreeuwen: ‘ga weg!’
Je hoort bij mij, door alles wat we meegemaakt hebben
en je bent een vreemde
Ik wil je accepteren
maar je gedrag vind ik soms walgelijk

Klein verwaarloosd meisje,
ik schrik van wat jij in mij losmaakt
Het gaat buiten jou om
Mijn afschuw is de algemene afschuw
van wat mensen elkaar aan kunnen doen
Jij kan niet anders
dan komen tot de standaard reacties
van kinderen in deze situatie
Wat ben je eigenlijk doorzichtig …
En wat ben je lief … 


 Normbesef
Vincent is innemend en weet met deze houding veel voor elkaar te krijgen. Wanneer hij iets doet wat niet mag, dan zwijgt hij of geeft zijn broer de schuld. Wij merken dat Vincent stiekem is en dingetjes weg neemt. Geen grote dingen zoals geld, maar meer spulletjes zoals fruit en hebbedingetjes. Wij proberen hem uit te leggen dat als hij iets wil hebben dit gewoon kan vragen. Dit blijven we herhalen, maar het werkt niet. Ook als hij naar school gaat komen er klachten van de leerkracht binnen dat er spulletjes op school verdwijnen.

Op zijn kamer kunnen we niets vinden, maar wanneer we zijn matras optillen zien we daar een hele buit liggen. We besluiten hem hiermee te confronteren als hij uit school komt. Hij kijkt beteuterd, maar het lijkt hem niet echt te raken. Nog geen week later verdwijnen er weer spulletjes.

In Vincents klas is een jongen die regelmatig met justitie in aanraking komt en bijna als vanzelfsprekend heeft deze jongen een aantrekkingskracht op Vincent. Deze jongen spant Vincent voor zijn karretje en zet hem op de uitkijk wanneer hij een fiets wil stelen. Vincent blijkt echter niet in de gaten te hebben waarom hij op de uitkijk staat! Vincent moet tegen verkeerde beïnvloeding beschermd worden.

Na verloop van tijd schakelen wij school actief in en samen maken wij een plan dat gebaseerd is op controle en afstemming. Dat betekent in de praktijk dat Vincent permanent onder controle komt.
Iedere vrijdag heeft de leerkracht een gesprek met Vincent en bespreekt de achtergelegen week. Via een contactschrift informeren wij de school en de school informeert ons. Vincent wordt beloond als een week goed verlopen is. De beloning is een plaatje, maar wat hij in feite het leukste vindt is de specifieke aandacht van de leerkracht en ons. Het plan werkt goed en het wegnemen van spulletjes neemt af.

Daarnaast krijgt Vincent thuis de gelegenheid om klusjes te doen. Hij kan naast zijn zakgeld extra sparen voor iets wat hij graag wil hebben. En dat is veel. Vincent wil veel hebben en vooral datgene wat een ander ook heeft en dus klust hij aardig door. Wat overigens niet wil zeggen dat al zijn wensen in vervulling gaan. Er wordt voor iedere aanschaf goed overleg gepleegd over de zin en de onzin en de noodzaak van de wens. 

Wanneer Vincent ouder wordt probeert hij weer zijn grenzen te verleggen en onderneemt nieuwe acties op weg van en naar school en sport. Hij verzamelt bijvoorbeeld ongevraagd lege flessen uit de buurt en levert deze in bij de supermarkt. De tijdscontrole treedt in werking. Dat levert een positief op langer termijn op.

Bij Vincent is altijd het gevoel aanwezig dat hem alles met het verstand geleerd moet worden. Soms lijkt het of hij geen gevoelsleven heeft en hij altijd een extern geweten moet hebben om op het rechte spoor te blijven. Gevoel heeft hij echter wel en dat mag beslist niet onderschat worden. Het werkt gewoon anders dan bij minder beschadigde kinderen.
Het voorbeeld dat mij het meest bij staat is het moment dat hij een vogeltje verzorgde dat uit een nest gevallen was. Hij kocht van zijn eigen geld een pincet om het vogeltje proberen te voeren. Het vogeltje ging dood. Vincent huilt zelden, maar deze keer was hij bijna ontroostbaar.

Bij een psychologisch onderzoek constateert men ondermeer dat bij Vincent de ontwikkeling van het normbesef deels ontbreekt. Dit zou een gevolg zijn van de diverse vormen van mishandelingen die hij onderging en waarvan zijn lichaam een stille getuige is. Men noemt hem ‘bodemloos’. Dat irriteert ons. Bij Vincent moet je weliswaar zeer duidelijk zijn, maar het is ook een jongen met gevoel. Alleen bij hem moet je er even harder naar op zoek gaan. De psycholoog heeft inmiddels deze term uit zijn dossier geschrapt en vervangen door gehechtheidsproblematiek.

Hoe is het nu met Vincent?
Het gaat goed met hem. Hij houdt zich goed aan de afspraken. Een strakke afstemming met begeleiders en ons blijft nodig. De tijdscontrole geldt voor de rest van zijn leven.


 Eenzaam

Eenzaam
Een toenemend gevoel
Van eenzaamheid
Daar hadden wij niet op gerekend.

Eenzaam
Ik meen te kunnen vertrouwen
Mensen ons leken te begrijpen
En dat toch niet doen


Eenzaam
Ik wilde alles uitleggen
Wat zinloos bleek
Naderhand

 
Eenzaam
Omdat ieder zijn eigen mening heeft
En deze moet uiten
De eenzaamheid groeit 
Eenzaam
Die zoveel pijn geeft
Die maakt dat ik zwijg
Meer en meer. 
Eenzaam
Wie wil nog naar ons luisteren?
Jij?
U? 
Eenzaam
Zeker dat overkomt ons
Maar ongelukkig.
Neen. 
Eenzaam
Samen met onze kinderen.
Zij zeggen ons zoveel.
Omdat ze er zijn
Wij van elkaar houden 
Mam, jij weet wat goed voor ons is.
Jij kent ons.
Jij weet wat wij voelen en willen.
Lieve mam, jij mag niet dood gaan.
Die anderen, snappen er  niets van. 
Eenzaam zijn,
Maar beslist niet alleen
We houden zo veel van hen allen
En dat van die eenzaamheid
Dat hoort er gewoon bij.


 Raoel
Raoel is zes jaar, wanneer hij in de steek gelaten wordt door zijn moeder. Hij is het middelste kind van het gezin. Raoel is verstandelijk beperkt.

Vanaf het begin laat Raoel afwijkend gedrag zien. Hij huilt zonder tranen; is vrij klampend; wil alle aandacht voor zichzelf hebben en voelt zich snel tekort gedaan. Zijn moeder vertelt: ‘Wanneer Raoel naast mij zit, voelt dat onprettig. Wanneer hij samen met de andere kinderen op zondag bij ons in bed kruipt, raak ik alert. Hij probeert mij op een vervelende manier aan te raken. Ook als er mannelijk bezoek komt, kruipt hij bij hen op schoot en heel handig maakt hij de knoopjes van hun overhemd los. Regelmatig wrijft hij over hun benen. Wij weten niet wat wij hiermee moeten en ik merk dat ik mij van af het moment dat hij bij ons is, een begeleider voel’.

Wanneer je als ouder dit soort zaken waarneemt, is het moeilijk om daarover in gesprek te gaan met anderen. Je vraagt je af of de ander het niet gek vindt; je twijfelt aan wat je meent te zien; je eigen ongeloof… Je volgt echter wel je intuïtie en dat is in dit geval ‘afstand houden’. Een houding die voortdurend tegenstrijdig is met je moedergevoel.
Raoel wordt op zijn zevende jaar onderzocht door een kinderarts. Hij constateert dat Raoel ernstig mishandeld is geweest. Zijn lichaam vertoont littekens van brandwonden. Daarnaast zou er sprake kunnen zijn van seksueel misbruik door mannen. Dit zou zijn gedrag kunnen verklaren naar de mannelijke gasten. 
Zijn ouders zetten hun opvoedingslijn voort. Leren hem waar zijn grenzen en die van hen liggen. Er worden duidelijke huisregels ingevoerd .

Als Raoel 20 is, gaat hij naar een zorginstelling. Hij heeft een zorgindicatie van 24 uur in een beschermde woonvorm.  Via school heeft hij een baan gekregen bij een bedrijf die een paar mensen met een verstandelijke beperking in dienst hebben. Hij aard daar goed en wordt volledig opgenomen.

Daar Raoel zeer innemend kan zijn en er goed uit ziet, wil het nog wel eens voorkomen dat het vrouwelijk schoon aan hem verkering vraagt. Hij vindt dit leuk en gaat er onherroepelijk op in. Is hier niet nauwkeurig in en zo kan het gebeuren dat de ‘nieuwe verloofde’ een vrouw van 14 is, of een vrouw van bijna 50. Dit moet goed begeleid worden, omdat Raoel niet bestand is tegen te opdringerige dames.
Dit is één keer uit de hand gelopen toen een jongedame zich iets teveel aan hem opdrong en Raoel vervolgens beschuldigde van misbruik. Gelukkig kreeg de leiding vrij snel in de gaten dat Raoel slachtoffer was en hiermee kon erger worden voorkomen.
De begeleider achtte het toen wel raadzaam om Raoel een vorm van therapie te geven om hem weerbaarder te maken. Helaas verzuimde de begeleider zijn moeder in te schakelen in verband met voorinformatie op welke wijze zij met Raoel zijn omgegaan toen hij nog thuis woonde.
Dit heeft ertoe geleid dat Raoel volledig overstuur bij zijn moeder aan de deur stond. Raoel uit moeilijk emoties, dus als hij huilt moet er sprake zijn van iets wat hem erg diep treft. ‘Mam’ sprak hij door zijn tranen heen, ‘hoef ik niet meer naar die mijnheer toe’. Zo van slag zien zij hem maar zelden. ‘Mam die mijnheer wil dat ik over dingen praat, waar ik niet over wil praten. Ik wil daar niet meer aan denken. Ik wil dat vergeten mam’.
Zijn ouders hebben Raoel gerustgesteld dat de therapie zal stoppen. Hij haalde opgelucht adem en even later stapte hij op de anderen af en ging thee zetten.

Dit is een voorbeeld hoe belangrijk communicatie is met alle betrokkenen.


 Kinderopvang
Onlangs organiseerden we een ouderontmoetingsdag en onze zoon meldde zich aan als vrijwilliger voor de kinderopvang. Ik was heel benieuwd hoe hem dit zou vergaan.

Onze zoon Dario, is opgegroeid met verstandelijk gehandicapte broers.  Wanneer zijn broers thuis zijn, houdt hij zich niet veel met hen bezig. Hij gaat zijn eigen gang, helpt hen waar nodig is met de pc of video. Hij accepteert hen zoals ze zijn.
Ik was dus aangenaam verast toen hij zei:’ ik ga je helpen met de kinderopvang’. Ik vroeg hem nog nadrukkelijk, of hij zich realiseerde dat het om gehandicapte kinderen ging en geen gewoon niveau kinderen. Waarop hij zei: ‘mam, je weet toch dat dit bij mijn studie hoort! Ik geef al les aan kinderen in deze leeftijd’. Oké, natuurlijk wist ik dat. Echter ik meende wel verschillen te mogen zien. Hij geeft gymnastiekles. Veel was in de kinderopvangruimte aanwezig, maar geen ringen en rekstokken! Maar ach, je bent moeder, en moeders zijn soms grote betweters…
Ik liet het hierbij, het is immers zijn keuze.

De dag brak aan en met enige trots nam ik Dario mee naar de zaal, stelde hem voor aan mijn collega organisatoren en hij voegde zich bij de anderen die zich ook aangemeld hadden voor de kinderopvang.
Na van 9 tot 4 hard gewerkt te hebben, naderde de dag zijn einde. Tijdens de afsluiting en het daaropvolgende samenzijn vernamen wij hoe het gegaan was, dus ook bij de kinderopvang. Iedereen zag er vrij moe uit.
Er waren meer kinderen gekomen, dan waren aangemeld. We hadden gelukkig veel hulp ingeschakeld, die ook allen tot het einde toe zijn gebleven. Bij de meeste kinderen was sprake van vormen van hechtingsproblematiek en een verstandelijke beperking. De leeftijd varieerde van 3 maanden tot rond de 14 jaar.

Het ochtendgedeelte verliep vrij rustig, maar na het eten werd het al onrustiger. Enkele kinderen begonnen hun uitprobeer technieken toe te passen en de opvang uit te spelen. De groep werd uiteindelijk opgesplitst in meerdere groepen en de rust keerde terug.

Onze altijd zo rustige zoon, die vaak met zijn ogen en houding kinderen weet te corrigeren, bleek deze keer met deze methode niet altijd succes te hebben. Zijn collega’s waren aardig onder de indruk van een fors optreden van hem toen twee kinderen het te bond maakten. Wij spraken er later over na toen we thuis kwamen. Het viel hem op hoe grenzeloos sommige kinderen waren en constant maar door gingen met het laten zien van negatief gedrag. Kinderen die totaal niet konden of wilden luisteren. Zo’n dag verslond zijn energie en dat van de anderen.

 
’s Avonds lag Dario al zappend languit op de bank, voor de tv.
Later op de avond vroeg ik hem of hij nu ook besefte wat wij als ouders van deze kinderen meemaken en dan 24 uur lang. Immers zijn broers, zijn weliswaar nu volwassen, maar waren vroeger ook net zo en ieder met hun aparte eigenheden. Ik vroeg of hij begreep waarom wij zo streng en strak tegen hen kunnen zijn.
Hij begreep wel waarom wij consequent zijn. De link naar ons en ons gezin had hij echter nog niet gelegd. Dat nam ik hem zeker niet kwalijk en in feite ben ik ook heel blij dat dit ook niet zo beleefd was. Dat zou immers betekenen dat hij ook onze zorg t.a.v. zijn broers gevoeld moest hebben.  

In ieder geval ben ik trots op hem, dat hij deze klus geklaard heeft.
Samen trakteerden wij ons nog op een lekker glaasje en zapten gezamenlijk nog even verder, ieder mijmerend met zijn eigen gedachtes.


 Vriendschap
Toen bleek dat onze kinderen verstandelijk beperkt waren en zij ouder werden, gingen wij nog meer nadenken over de toekomst en relaties. Wij kenden hun fantasieën al over het krijgen van een vriendje of vriendinnetje en hun kinderwens. Fantasieën die niet veel afwijken van mensen zoals u en wij.

Onze dochter had een kinderwens. In hoeverre deze haar ingegeven is, of van haar zelf was, is moeilijk in te schatten. Wat ik wel wist dat ik geen moeder wilde zijn voor mijn kleinkind. We konden goed met haar over haar kinderwens praten. Later besloot ze zelf de prikpil te nemen, daar ze de pil wel moeilijk vond om te onthouden. De kinderwens speelt nog wel op de achtergrond mee en bloeit in alle hevigheid op wanneer er een baby in beeld komt. Als ze het kindje even mag vasthouden, zie je dat ze de aandacht naar zich zelf trekt en geen echte aandacht heeft voor het kindje. Als iemand haar vraagt of ze zelf een kindje zou willen, antwoordt ze: ‘Mijn moeder wil niet voor mijn kindje zorgen, dus wil ik geen baby’.
Eén zoon fantaseerde verder dan zijn zus. Hij wilde een huis; een vrouw en een tuin met bloemen en een hek eromheen. Dit bevestigde hij extra met zijn tekeningen waar hij zichzelf in het huis achter een raam getekend had. Op mijn vraag waar zijn vrouw dan was, luidde het antwoord: ‘zij is naar haar werk om geld te verdienen en ik maak het huis schoon en kook’. Een  zeer aannemelijke rolomkering. De ene keer wilde hij drie kinderen en de andere keer vijf. Hij had ook al namen voor ze bedacht. Het is zijn fantasie en zal gezien zijn lage emotionele niveau ook een fantasie blijven. Een fantasie die zo nu en dan wel sterk de kop op steekt als hij zich alleen voelt en voor hem een werkelijkheid wordt. Niet veel anders dan bij gewone mensen die alleen zijn.
Wij hebben nog een zoon. Hij is meer een ‘afwachtende’. Hij wacht tot iemand hem aardig vindt en verkering vraagt. Hij is niet kieskeurig en meestal is zijn reactie: ‘dat wil ik wel’. Komt er een ander meisje in beeld, die ook verkering met hem wil, dan wisselt hij met hetzelfde gemak de eerste weer in.
Zoals wij dit met onze kinderen ervaren, voelt het niet dat er werkelijk sprake van liefde is, zoals wij die beleven. En sommige zaken lijken ook meer ingegeven op wat zij horen en zien waar de TV één van de grote boosdoeners is, maar ook wij zijn dat: de gewone mens zonder beperking.
Soms worden we geconfronteerd met de problemen die mee kunnen gaan spelen, wanneer een romance zich aankondigt. Ik kan mij daar wel druk over maken. Mensen met een beperking worden toch begeleid, ook wanneer het relaties betreft? Een voorbeeldje:
Onze zoon kwam terug van een vakantie. Tegen het einde van de vakantie was er een meisje die vertelde dat ze zelfstandig ging wonen en graag een vriendje wilde waar ze mee samen kon wonen. Onze zoon leek dat ook leuk en de interesse in elkaar groeide. Regelmatig zaten zij naast elkaar; gaven elkaar soms een hand of stalen een klein kusje. De vakantieleiding nam dat waar en raakte ontroerd, maar tegelijkertijd ook onzeker. Want mocht dit wel?
Bij thuiskomst vroeg ik mijn zoon naar zijn vakantie. Hij begon hij te huilen. Hij was niet in staat te vertellen waar het verdriet vandaan kwam. Toen hij vertelde over zijn vakantieliefde werd mij dat duidelijk. Onze zoon is verliefd! We complimenteerden hem dat hij zo open was. Ik vroeg hem of hij zijn begeleider ook hierover had verteld. ‘Neen’, luidde het antwoord. Op mijn vraag waarom niet, begon hij weer te huilen en hortend en stotend vertelde hij: ‘ik mag van haar geen relatie en moet het vast uitmaken’.
Later had ik contact met zijn leiding. Ze was al geïnformeerd door de vakantieleiding en opnieuw was ik verrast door hun reactie: Gehandicapte mensen mogen geen relatie hebben. Geen relatie omdat vooral mannelijke cliënten ook beschuldigd kunnen worden. Men moet dan aangifte doen en hiertegen willen ze cliënten als onze zonen voor beschermen. Ik begrijp de redenen, maar er moet toch een middenweg te vinden zijn? In de tijd dat wij nog volop in discussie waren, had het meisje de relatie al weer verbroken. Ze vond iemand die dichterbij woonde.


 Wil je mijn mamma zijn...?

Huilen
zonder tranen
Verdrietig zijn
tegen een muur
Boos zijn op alles
vooral tegen mij
die al snel van je houd
zoals je bent
en vind dat je er mag zijn.

Nog niet in staat
om toe te staan
de liefde die
ik je geef
te ontvangen
En toch dat
hele diepe
nog onbewuste
verlangen....
Je vraag:
wil je mijn mamma zijn…?
Zegt zoveel meer
voor wie het wil verstaan.


 Echt niet ??
Onvoorbereid kregen we je in huis
Wat zette je de boel op z’n kop …
Je liet ons je ellende en je gemis zien
elk weekend dat je niet bij je ouders hoefde te zijn
We stelden ons open
en je kreeg de ruimte om je strijd te strijden
Je koos mij als moeder uit
en ik kreeg alles op m’n dak
Langzaam nestel je je hier
en langzaam begin je gevoelens
te herkennen en te benoemen
Je lacht, je speelt, je herkent een grap
Je maakt onze kinderen blij met je komst
En toch …
Niemand zegt: Waarom nemen jullie haar niet hele dagen?
De deskundigen vinden het niet logisch dat je bij ons komt
Zal het echt waar zijn?
Zal je echt al zo beschadigd zijn
dat je niet anders kan
dan ook ons beschadigen?
Heel veel dingen gaan toch goed?
Waarom voel ik me dan zo rot?
Waarom kan ik niemand vinden die zegt:
‘Nog één schepje er bovenop en jullie zijn er’?
Zal het dan echt waar zijn?
Uiterst gecompliceerd en ingewikkeld,
zeggen zij die het kunnen weten
Hoe kan het nou dat ik jou er niet bij kan hebben?
Is het onverdraagzaamheid?
Of ben je werkelijk te gestoord geworden?
Het voelt alsof ik m’n laatste kindje naar een tehuis laat sturen
En het leven gaat gewoon door …
Piek
 

 Een vraagje
Wanneer onze dochter zegt: ‘mam, ik heb een vraagje’, dan weten we al dat we even recht moeten gaan zitten en al onze aandacht op haar moeten richten. Meestal gaat zo’n voorbericht namelijk vooraf aan een serieuze vraag. 

Op een avond reed onze jongste dochter Yaneth met mij mee, om haar broer Luis en zus Camila naar sport te brengen. Op de terugweg zei ze ineens: ‘Mam, ik heb een vraagje' Waarop ze vervolgde: ‘Misschien is het wel een moeilijk vraagje, maar als je niet wilt antwoorden, dan zeg je dat maar’. ‘Prima Yaneth, vraag maar….’ luidde mijn reactie. ‘Mam, waren jullie teleurgesteld toen jullie ontdekten dat Luis, Juri en Camila verstandelijk gehandicapt bleken te zijn, nadat ze bij jullie kwamen?’Op deze vraag had ik eerlijk gezegd niet direct gerekend. Veel moeite om haar te antwoorden kostte het mij niet. Tijdens lezingen die ik soms houd, komen dergelijke vragen ook wel eens. Maar om deze van je eigen dochter te horen, is toch even anders. 

Toen we besloten oudere kinderen in ons gezin op te nemen, hebben we er niet bij stil gestaan dat deze kinderen ook een verstandelijke beperking konden hebben. We realiseerden ons wel dat het feit dat je oudere kinderen krijgt, je al voor diverse problemen kon komen te staan. We hadden al veel gelezen, met name boeken van therapeuten die met ‘verwaarloosde kinderen’ werkten. Nee, we rekenden er niet op dat ze alle drie gehandicapt zouden kunnen zijn.
‘Maar waren jullie dan teleurgesteld toen jullie daarachter kwamen’, vroeg Yaneth vervolgens. ‘Nu zijn ze volwassen, hadden al een gezin kunnen hebben. Je vindt het toch leuk om oma te worden?’ Ze keek me met pretlichtjes in de ogen lachend aan.
 ‘Ben je niet teleurgesteld dat je heel veel dingen niet met hen kunt doen, zoals met ons? Dat je altijd voor hen zal moeten blijven zorgen?’  
Bij zo’n vraag trekt wel in rap tempo veel aan mij voorbij aan wat ruim 20 jaar geleden begon. Onze verwachtingen die niet hoog waren, en ondanks dat toch meer en meer naar beneden moesten worden bijgesteld.
De ontkenning door omgeving, huisarts en school dat er iets zou spelen bij onze kinderen, terwijl je intuïtief voelt dat er iets speelt. Maar wat…?
De onderzoeken die we  in het ziekenhuis lieten plaatsvinden en welke spraken over een ‘ontwikkelingsachterstand’. Maar teleurgesteld?  
‘Het duurde wel lang voordat jullie erachter kwamen dat ze gehandicapt waren, hè mam?’. ‘Ja, het duurde wel 5 jaar en we zagen direct heel grote verschillen in ontwikkeling toen jij en je broer bij ons kwamen wonen’.’Al die tijd drong het niet echt tot ons door. Niemand noemde het bij naam: uw kinderen zijn verstandelijk gehandicapt!’ ’ Nee, we pasten ons gewoon aan de kinderen aan’. ‘Je vraagt of we teleurgesteld zijn. Nee, ik denk het niet. Ik denk dat we er gewoon ingegroeid zijn Yaneth’. 
‘Maar hoe vond jij het dat je in een gezin kwam met kinderen die anders reageerden?’Ik keek terloops opzij toen ik Yaneth deze vraag stelde.
Ze keek voor zich en vervolgens vertelde ze: ‘Ik vond het wel vreemd mam. Ik begreep niet goed waarom Camila zo reageerde en jaloers was’. ‘Ook de (ZML)-school van Luis waar je ons mee naar toe nam, vond ik maar raar. Er zaten wel ‘andere’ kinderen op die school. Luis ziet er zo gewoon uit’.

Destijds legde ik al uit waarom ik ze die school wilde laten bezoeken en nu deed ik dit weer. Het is gewoon heel leuk om op deze wijze met onze inmiddels volwassen dochter te praten. ‘Mam, toen ik pas met Luis mee was naar zijn therapeut, vertelde de therapeut mij later dat hij het zo goed vond hoe ik met Luis om ging. Dat vond ik wel raar om te horen, want het is zo gewoon wat ik doe. Ik weet toch niet beter. Bovendien ben ik door hen toch ook met de SPW studie begonnen en wil ik hier verder mee. Wel gek hoor, dat iemand dat zo zegt’.
Dit  juist van haar te horen, deed me zoveel goed. Voornamelijk het zo gewoon vinden dat je een broer of zus kan hebben die gehandicapt is. 

Het gesprek van vraag en antwoord zette zich voort, en op mijn vraag hoe zij het nu vindt om opgegroeid te zijn in een gezin met verstandelijk gehandicapte broers en zus, reageerde ze positief. ‘Jullie hebben er altijd voor gezorgd dat wij genoeg aandacht kregen en dat we met ons vieren op vakantie gingen of leuke dingen gingen doen.
Jullie praatten altijd veel en legden dingen goed aan ons uit. En als ik kwaad was op Camila dan mocht ik dit altijd gewoon tegen je zeggen. Soms zag ik ook dat jij dan ook wel eens heel boos was, mam’. Ze keek me strak aan. ‘Dan was je net zo boos als ik, maar Camila merkte dat niet. Tegen haar was je weer heel rustig!’ 
Ze ging verder : ‘Mam, soms vind ik het wel heel moeilijk als Luis of Camila je zo in beslag nemen. Ze denken alleen maar aan zichzelf. Jij hebt toch ook recht op een stukje eigen leven? Ik wil wel graag vaak langs komen, maar soms denk ik dat pap en mam ook wel eens even alleen willen zijn en dan kom ik niet’.
Toen ik dit hoorde sprongen de tranen in mijn ogen. Ik was diep geëmotioneerd. ‘Yaneth, jij bent altijd welkom bij ons. We genieten zoveel als jij er bent. En vooral als we samen echte ‘meidendingen’ kunnen doen. Heerlijk…’ 

De rit naderde zijn einde. Ik kon het niet nalaten haar een stevige knuf te geven. Waar een vraagje al niet toe kan leiden.

Kerstfeest

Ik zit achterin op de derde rij
Ben best wel een beetje nerveus
Beetje wiebelig kijk ik naar het podium
Luister naar het gezang
Kijk naar de spelers
Overal komen ze vandaan
Rechts van ons
Links van ons
En dan ineens
Daar kom jij
Je houdt jouw Jozef stevig vast
Oh wat ben je mooi!

De spanning staat op je gezicht te lezen
Normaal praat je de oren van ons hoofd
Nu heel timide loop je daar
Spreekt heel zachtjes
Ik ben ontroerd
Je bent ook zo mooi.

In de pauze zie je ons
Je kijkt heel blij
Na de pauze
Loop je het podium op
Zelfverzekerder
Al was het gewoon
Stilletjes kijk je naar ons
Maar je blijft wel in je rol
Ik voel me trots
Trots dat je mijn dochter bent
En dit toch maar doet

Het spel is afgelopen
Maar voor mij
Blijf jij de mooiste Maria.