Verhalen over../ verhalen door .....





Column Lisa:
Lisa is een jonge vrouw met een matige verstandelijke beperking (VG). Haar emotionele niveau is vergelijkbaar met een jong kind van ca 3 jaar. Haar cognitieve niveau ligt tussen de 3 tot 10 jaar. Lisa haar ouders maakten gebruik van haar vele leermogelijkheden. Lisa woont samen met andere bewoners in een beschermde woonvorm. Haar leiding werkt met de zgn driehoekscommunicatie (d.w.z. er vindt regelmatig overleg met alle betrokkenen plaats t.w.: wonen/ dagbesteding/ nachtdienst/ familie/ orthopedagoog en arts . De leiding hebben ook de begeleidingsstijl van de ouders meegenomen in hun begeleiding. En waar nodig vindt direct overleg plaats. Dit draagt ertoe bij dat dreigende negatieve situaties, snel weer positief worden.

  • Stilte
  • Vrij
  • Kuikens
  • Postzegel 


 Stilte
Onze dochter Lisa wil graag zo vaak mogelijk thuis komen. Dit vraagt soms wat voorbereidingstijd. Ze praat namelijk veel en stopt nauwelijks. Benoemd alles wat ze ziet en hoort en volgt alle gesprekken en geeft daar haar commentaar op. Als het droog weer is en we buiten kunnen zijn, is ze goed in te zetten bij klusjes. Haar stem is dan beter te hanteren.

Het is vrijdagavond en we besluiten haar te bellen of ze zin heeft om langs te komen. Ik had nog wat klusjes om huis te doen en als het zou regenen dan bedenk ik wel andere in huis.
Ik trof Lisa niet thuis en spreek de voice in. Nog geen uur later belt ze terug. Ze klinkt enthousiast en geeft aan dat ze graag wil komen. ‘Mam het is wel een verassing dat je belde. Komen de anderen ook en wat gaan we dan doen?’. Een antwoord wacht ze niet af. ‘Ik ga de honden borstelen en de kippen wel verzorgen en de waterbakken schoonmaken. En als je wat andere klusjes hebt mam, dan zeg je dat wel, hè mam?’. 
Ik stel voor dat ze rond half 2 komt en soep mag mee eten. Nu dat was niet tegen dovemans oren gezegd. ‘ Ja, weet je mam, ik ga dan wel rond half 5 naar huis, want ik ga voor de groep koken en dan maak ik ook soep. En voordat ik naar jullie kom, ga ik wel boodschappen doen, want dan heb ik dat maar vast gehad en dan kan ik langer bij jullie blijven’. 

Buitenwerk
De volgende dag zijn we al buiten en zien Lisa aan komen fietsen. Al van verre maakt ze kenbaar dat ze ons ook ziet. ‘Hoi pap en mam, ik ben er al’’ voegt ze er overbodig aan toe, ‘ en ik heb ook wat lekkers meegenomen voor bij de thee’. Normaal gesproken heeft ze aardig de hand op de knip, dus we zijn aangenaam verrast. Ze zet haar fiets neer, geeft ons een stevige pakkerd en gaat meteen aan de slag met kippen eten en water geven. Ik had zelf een klus bedacht en wilde de bloempotten even uitzoeken en herindelen en weggooien. Lisa praat veel, maar werkt onophoudelijk door. Benoemt alles wat ze doet en ziet en geeft tussendoor de honden even een knuffel. ‘Ik ga jullie straks kammen hoor, als ik klaar ben met mam helpen’.

Thee
Samen met haar broers gaan we tegen drieën thee drinken en Lisa gaat regelmatig met de roomsoesjes rond die ze meegenomen heeft en voldoende is voor een heel regiment. Ze waren voorzien van diverse kleuren, waarbij ze zelf de roze, haar favoriete kleur, er uit pikt.

Eén van haar broers is wat uit zijn humeur. Ze reageert er nauwelijks op en praat gewoon met haar andere broer en ons verder.
Na de thee zeg ik tegen haar: ‘Lisa ik moet nog de bedden verschonen en jij kan dat zo snel, wil je even helpen’.  Ik was nog niet uitgesproken of ze loopt al naar boven. Een vliegende tornado blijk ik weer in gang gezet te hebben. In een mum van tijd waren de bedden afgehaald en in een keurige stapel bij de trap gelegd. ‘Die moet je dan meteen maar in de was doen, mam, dan zijn ze vanavond klaar en kunnen ze weer in de kast. Dan ruiken ze ook zo lekker’.
De telefoon gaat en ik ben even uit beeld. Ik kom terug en alles was weer spic en span. ‘Je moet me wel even helpen met de sprei mam, want die is een beetje zwaar en te groot’. We gaan samen naar beneden. Ze checkt nog wel even snel of ik de wasmachine aangedaan heb. 

Soep
Een half uur voordat ze weg gaat vraagt ze of ze soep mag. Natuurlijk mag dat en samen zitten we even aan tafel. Ook dan staat haar mondje niet stil en gaat het gesprek over de soep. Hoe lekker die is en dat zelfgemaakte soep ook gezonder is en veel lekkerder dan uit een pakje. Ik vraag haar of ze het naar haar zin heeft gehad deze middag. Een volledig overbodige vraag. De hele middag werd ik al bedolven met haar blije reacties, die af en toe aangevuld werden met een paar stevige knuffels, direct gevolgd door een veeg van haar hand op mijn wang, omdat er lippenstift achtergebleven was.

Broer
Of ze nog last had gehad van haar broer die dwars was. ‘Nee hoor, je zegt altijd dat we dat moeten negeren, nu dat heb ik gedaan. Ik heb er geen last van gehad. Echt niet’. ‘Nu ik vind ook dat je gezellig was’. ‘Ik ben toch altijd gezellig als ik het naar mijn zin heb’. ‘Ja dat gaat gelukkig ook weer beter. Soms ben je wat verdrietig, maar vanmiddag gaat het goed’.
‘Ja mam, het was gezellig en ik wil graag weer gauw komen en klusjes doen. Je weet er wel genoeg. Nu ga ik naar huis en morgen ga ik gezellig naar tante Greet. Ze vindt het ook leuk als ik kom en voor haar heb ik ook wat lekkers meegenomen’. Al kakelend stapt ze op haar fiets, groet nog even snel haar broers en Jelle en rijdt in een rap tempo het pad af. Het is wel fijn om zo’n blije dame om je heen te hebben. Een kleine stilte overvalt ons.



 Vrij 

Ik ben zo blij blij blij
Want ik ben vrij vrij vrij
Het is zaterdag
En ik ben vrij

Wat zal ik nu gaan doen?
Ik weet het niet. 
Zal ik naar mijn ouders gaan?
Zal ik boodschappen gaan doen?
Zal ik gaan fietsen?
Ja, wat zal ik gaan doen?
Ik ben vrij vrij vrij
Maar ik voel me niet blij
Er is niemand thuis
Ik verveel mij 

Gelukkig, daar is Margriet
Met haar kan je altijd leuke dingen doen
Ze lacht, dus ze heeft vast wel een idee
Jaaaaaa…
We gaan appeltaart bakken
Jipieeeee de piepieappeldeflappie 

Eerst gaan we appels schillen
En dan in stukjes snijden
Margriet maakt het deeg
Dat is zwaar werk
En dan rollen rollen en nog eens rollen
Met de deegroller maakt ze een grote pannenkoek
Maar het is geen pannenkoek
Het is een appeltaart 
We maken er een mooie taart van
Met rozijntjes en wat kaneel
Een beetje suiker
Niet teveel
Het wordt een mooi geheel.
Nu ben ik weer blij
Want ik ben vrij
Zodat we samen deze dingen kunnen doen.


 Kuikens
Het is woensdag en we staan op het punt om te gaan lunchen. Onverwacht komt Lisa om de hoek gescheurd op haar groene tweewielige bolide. Ze ziet er enigszins verhit uit. Er is duidelijk wat gaande.

 ‘Mam’, roept ze nog buiten adem, ‘mam, de buurvrouw heeft een emmer en daar zitten allemaal piepkleine kuikentjes in’.  Normaal gesproken horen in mijn beleving kuikentjes bij of onder moeders vleugels, maar in een emmer! ‘Ja, echt waar, ik heb ze zelf gezien. Ze zijn zo lief….’. ‘Waar zijn de beestje dan’, vroeg ik.  ‘De buurvouw komt er zo aan en die wil ze aan je geven. Vind je dat niet leuk mam. Jullie kippen zijn toch dood en dan heb je meteen weer nieuwe’. ‘Zijn het dan kippenkuikens?’. Lisa bevestigde dit, ze wist ook waar de moeder was en hoe ze eruit zag: een krieltje.
‘Een krieltje!’ zei ik hardop. Nu die heeft hier maar een kort leven, want zodra een buizerd of de havik een vogel ziet met deze afmeting, denken zij direct: ‘Duiken, daar loopt een overheerlijk hapje’.
Eerder hadden wij witte kippen van het soort wiandotters. Eén voor één vlogen ze op oogniveau langs ons raam voorbij, stevig vastgeklemd tussen de poten van een buizerd. Het enige wat soms overbleef waren wat veertjes, die wij verspreid in de ren en in de tuin vonden. Een laatste getuigenis van een ongelijke doodstrijd.  

Wat nu?
Oké, nu openbaarde zich dus een nieuw project door de komst van de kuikens, althans we begrepen dat het in het voornemen van de buurvrouw lag om de beestjes bij ons voor langere tijd te parkeren.
Vele gedachtes flitsen door ons heen, terwijl Lisa haar enthousiasme niet meer goed in bedwang kan houden en met de halve minuut drukker en drukker wordt en achter elkaar blijft door kakelen. Een situatie die toeneemt wanneer de buurvouw inderdaad met een emmer met maar liefst 6 kuikentjes in beeld komt. ‘Ze zijn zo lief, mam’.  

Hen of haan?
Voorzichtig pakt Lisa een kleine piepertje in haar hand en houdt deze voorzichtig tegen haar wang. ‘hij is ook zo zacht, of ben je een zij. Hoe weet je nu of het een haan of een kip is’. Terwijl ze dat zegt, draait ze het kuikentje om. ‘nee daar kan je het ook niet aan zien’. Ze giert het uit, de gedachte alleen al dat een kuikentje een piemeltje zou kunnen hebben, want voor wat dat betreft weet Lisa wel het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes.
Voorzichtig zet ze het kuiken weer terug bij zijn broertjes en zusjes en pakt vervolgens een volgende. Ook deze houdt ze tegen haar gezicht. Prachtig om te zien, hoe zacht haar uitdrukking in haar gezicht wordt. Ze lijkt bijna verzonken in dit korte moment van samenzijn.

Inmiddels hebben we een waterbakje in de ren gezet en wat voer vermalen en aangevuld met water. Lisa pakt een kuiken voorzichtig op en drukt hem met zijn snaveltje in het water. ‘Kijk hier is water en daar is eten, dat wordt lekker smullen’ en vervolgens maakt het kuiken weer een reis naar haar gezicht en knuffelt ze met haar wang voorzichtig het luid piepende diertje.  

Moeder
We denken dat de kuikens  net uit het ei zijn gekomen. Een moeder is gewoon noodzakelijk of wij moeten allerlei kunstgrepen gaan uithalen en een bak maken met een lamp erboven, zodat de beestjes voldoende warmte krijgen. Onze eerste gedachte is echter: de moeder moet erbij. Daar de buurvrouw en Lisa weten waar de moeder zich bevond, zijn we daarheen gegaan. Het bleek een verwilderde kip te zijn en zodra we in haar buurt kwamen vloog ze alle kanten op, direct gevolgd door nog meer verwilderde kippen en hanen. Die kan je gewoon niet meer in een ren stoppen. We hebbenmet elkaar besloten de kuikens weer terug te laten gaan naar hun moeder. Lisa vindt het wel jammer dat ze weer weg gaan.

Net als Lisa
We leggen haar uit dat kindjes liever bij hun moeder zijn. Waarop ze zei: ‘Net als ik hè mam, ik wil ook graag bij jou en pap zijn. Vind je het leuk als ik zaterdag weer langs kom, dan kan ik weer voor de vogelbadjes zorgen en jullie helpen in de tuin’. Na de lunch fietste Lisa weg. ‘Ze waren wel erg zacht en erg lief’ en zwaait enthousiast.  



  Postzegel
Wanneer we op vakantie gaan nemen we vaak een aardigheidje mee voor onze kinderen en de huisoppas en sturen een leuk kaartje aan iedereen. Een klein gebaar dat ook door onze kinderen op prijs wordt gesteld. Wanneer onze kinderen op vakantie gaan, nemen ze ook vaak wat mee en sturen een kaartje. Behalve één. En dit tot grote ergernis van haar broer.  

Met de feestdagen willen ze samen op vakantie. Het wordt Limburg, want daar is een leuke kerstmarkt en kan je leuke dingetjes kopen. Ik heb mijn bestelling al snel geplaatst en vraag uit te kijken naar kerstengeltjes. Milan reageert  meteen enthousiast. Lisa blijft angstvallig stil. De achterliggende reden blijft raden, maar we weten dat ze zo verschrikkelijk krenterig is.  Althans wanneer het een presentje voor de ander betreft. Voor haar zelf koopt ze zich suf en vaak gaat het om impulsieve aankopen, die ze soms al binnen een dag weer van de hand doet of aan haar broer tracht te slijten.  

Presentje
Als ze toch iets voor ons heeft meegenomen, zijn we ook zeer verrast en steken dit enthousiasme niet onder stoelen of banken en vragen haar ook aan iedereen die op dat moment thuis is, te laten zien wat ze gegeven heeft. Je ziet haar groeien en steeds vrolijker worden. Maar waarom dan die enorme krenterigheid? Want o wee, als wij geen presentje meenemen of als ze meent dat we haar overgeslagen hebben, dan is de wereld te klein.

Kaartje
Ook het zenden van een kaartje blijkt een enorm obstakel te zijn. Hoe ze het voor elkaar krijgt, weten we niet, maar ze presteert het om met de Kerst of gratis verkregen kaarten te sturen, of het kleinst mogelijke kaartje te kopen dat er te krijgen is. En om de portokosten te drukken, bezorgt ze de kaartjes zelf op de fiets. Op zich wel een gezonde bezigheid.

Wanneer we Milan en Lisa naar de opstapplaats brengen, besluit ik haar maar weer eens te herinneren aan het kaartje. Was ze het ene moment degene die het hoogste woord voerde , het volgende moment is ze muisstil. Voor de zekerheid kijk ik even achterom, of ze nog wel in de auto zit. Ik zie een breed lachend gezicht van Milan en kijk daarnaast  in een paar grote donkere kijkers en lees hierin dat ze zeker niet het voornemen had geld te spenderen aan een kaart.

En...?  
Inderdaad, ze heeft geen kaart gezonden. Milan  is verontwaardigd. ‘Ze kan dit toch wel voor jullie overhebben? Waarom vindt ze dat zo moeilijk? Ze koopt wel allemaal spulletjes voor haar zelf. En de leiding kan toch een stickervel maken, dat doen ze bij mij ook’. Hij zuchtte eens diep.
We stellen hem gerust.’ Het is nu eenmaal zo, maar we blijven het wel herhalen’. Hij lacht. Het excuus dat  Lisa ons later geeft, is: ‘Ik had met de kerst al een kaart gestuurd, dat is genoeg’. Waarop Milan aanvult: ‘En weet je mam, ze kon gewoon gratis kaarten krijgen van het hotel, die stonden op de balie’.
Tja, wat is nu een postzegel.      




Column Felipe

Felipe is een volwassen man met een ernstige verstandelijke beperking. Vanwege zijn gewone uiterlijk en zijn grote woordenschat, wordt hij vaak door zijn omgeving, hulpverleners en zijn begeleiders overschat en overvraagd. Felipe is een kwetsbare man, die eenvoudig in verkeerde circuits terecht komt. Hij vraagt ondermeer een duidelijke eenduidige begeleiding, geboden door een vast, stabiel en deskundig team met kennis van zaken rondom de gehechtheid samen met de verstandelijke beperking. Mensen die hem veel structuur en vooral veel bescherming bieden. Zijn zorgindicatie geeft ook aan dat een bijna 1 op 1 begeleiding noodzakelijk is.  Ontstaat er een hiaat in de diverse randvoorwaarden, dan gaat Felipe zwerven. Hij ontloopt  letterlijk de wereld die voor hem onveilig voelt en gaat op zoek naar zijn eigen veiligheden.

  • Afstand nemen
  • Jouw thuis
 Afstand nemen
In de afgelopen jaren hebben wij veel moeten investeren in de zorg voor onze zoon Felipe. Hij kwam veel thuis, omdat hij zich niet voldoende veilig voelde in het huis waar hij verbleef. Daar de situatie niet veranderde en onze investeringen vergeefs leken, besloten we voor enige tijd afstand te nemen.

De gevoelens van onveiligheid die bij Felipe ontstaan zijn, zijn helaas terecht. Hij is in een gang op weg naar het zwembad in elkaar geslagen door een medebewoner. Ook is met een stuk hout op zijn deur geslagen en ’s nachts zou iemand op zijn raam hebben gebonkt. Zijn begeleiders stonden hem wel steeds terzijde als er wat gebeurd was.
Helaas was er binnen het team ook sprake van veel onderlinge spanningen. Spanningen die hij ook waarnam. Felipe hoort en ziet alles, ook al sta je een eind van hem vandaan.

Verhuizing
Diverse deskundigen drongen aan op een snelle verhuizing naar een veilige locatie en verbetering van de sfeer binnen het team. Ondanks deze adviezen veranderde er nog weinig. Onze zoon bleef weglopen; zwierf over straat en hield zich bij hangplekken, cafe's en andere gelegenheiden op. Tegen de tijd dat het donker was zwierf hij rond het huis van familie; belde de ene keer wel en de andere keer niet aan. Sloeg soms op de ramen of sloop ergens binnen. Door toeval van oplettende personen werd dit waargenomen.
Hij wilde vaak niet naar zijn huis en verbleef liever in schuren of sliep onder een boom of in de struiken. De ene keer ging dat goed, de andere keer niet. Soms werd hij betrapt en waarschuwde men de politie.

LVG
Inmiddels houdt hij zich op met een groep jongeren met een hoger niveau. Hij komt geleidelijk aan meer terecht in de hoek van kleine criminelen en wordt hierin gebruikt en misbruikt. Hij wil erbij horen en doet ook gewoon wat van hem gevraagd wordt. Dat is nl. stoer. Het noodzakelijke tweede geweten, wat een vertrouwde begeleider of wij voor hem zijn, ontbreekt en hij raakt meer en meer ‘ongeremd’. Hij is wel op zoek naar zijn grenzen, grenzen die niet voldoende geboden worden.

Weer bij ons laten wonen hebben wij vaak overwogen. Het kan niet meer. De regressie is te groot. De gedachten blijven wel bestaan. Je bent immers ouder en zo'n leven wil je niet voor je kind. Hij nam veel weg en de gedachte om weer 24-uur begeleider te zijn en hem in de gaten te moeten houden, lokte niet.
Het is ons ook afgeraden, een advies waar we naderhand wel blij mee waren. Maar wat dan?

Inzet
 Onze investeringen in de mensen die hem begeleidden, leverden niet het gewenste resultaat op. De noodzakelijke voorwaarden, een stabiel team, een nieuwe woonvorm, zicht op een dagbesteding, werden niet gerealiseerd.
Voortdurend wisselden de begeleiders, soms met 15 tot 30 man per week.
We stonden niet meer te popelen om naar overleggen te gaan en zegden deze meer en meer af.
Een nieuw hoofd kwam en aanvankelijk meenden we dat er nu wat zou gaan veranderen. Dat vond niet plaats. De communicatie nam zelfs af. Zonder goede communicatie zijn mensen als Felipe met een problematiek waar kennis van zaken een vereiste zijn, niet goed te begeleiden.

Broer
Carlos, de broer van Felipe vertelde op een zeker moment: ‘Mam, toen ik bij Felipe kwam, zei de begeleider, we hebben niets met je moeder te maken. Zij heeft niets te zeggen’. Deze uitspraak zat Carlos wel dwars, want in feite zijn wij de basis en daar praat iemand negatief over. Wat moet hij dan met deze informatie? Carlos wilde ook niet meer met Felipe afspreken. ‘Ik kom vaak voor niets, dan is hij weer weggelopen. Ze bellen dan niet eens’.
Inmiddels heeft de leiding van Carlos de bezoekjes voor onbepaalde tijd geannuleerd. Carlos ziet er nu meer relaxt uit en maakt nu met andere mensen afspraken. Mensen die wel komen.

Afstand nemen of lolsaten?
Geforceerd afstand nemen is een moeilijke beslissing, maar wel noodzaak. Doe je dat niet dan ga je er zelf aan onderdoor. Investeren in een ‘bodemloze put’ begonnen we het al te noemen. We moesten op zoek naar positieve dingen; zaken die ons opladen en dat hebben we gevonden.
Loslaten of afstand nemen is een wereld van verschil. Onze zoon loslaten kunnen we nog niet, dat kan pas als de zorg voor elkaar is en hij weer gelukkig is en zich vooral veilig voelt. Maar hoe doe je dat?
We zijn ons gaan richten op de dingen die wel leuk zijn. Zoals het opnieuw leren genieten van de dingen die er wel zijn en daar maken onze andere kinderen en hun vrienden volop deel van uit. Kinderen die ook veel hebben moeten inleveren en hun broer missen, maar nu volop genieten als we weer bij elkaar kunnen zijn. Zij missen Felipe enorm en met name wanneer we met elkaar zijn en er iets gevierd wordt. Ze benoemen het ook, om vervolgens weer bezig te gaan met hun eigen dingetjes en het met elkaar zijn. En wanneer er nog andere mensen langs komen voor een kopje thee, dan zijn ze niet meer te stuiten. Vaak horen we dan: ‘gezellig hè mam’ en ‘gezelligheid kent geen tijd, moeten we nu al weer naar huis’. En iedereen wordt weer geknuffeld. ‘Misschien is Felipe de volgende keer er wel bij, mam. Hij hoort er gewoon bij’.

Afstand nemen van Felipe doen we in afwachting dat de situatie wel zodanig is, dat investeren weer de moeite waard is. Want een gegeven is dat we helemaal opnieuw met elkaar moeten gaan beginnen.
Felipe bezoeken, doen we nog even niet. Zijn ogen zeggen daarvoor te veel. Dan ben ik weer even moeder en zover gaat de afstand nog niet.



 Jouw thuis
Gezellig op je eigen kamer zitten, alleen of met een huisgenoot, met je eigen muziek, je eigen spulletjes. Samen thee drinken en een beetje babbelen wanneer je van je werk thuis komt. Dat willen we toch allemaal?

Geconfronteerd worden met voortdurende ruzies tussen de mensen die jou zouden moeten begeleiden. Ruzies waar je niets mee te maken hebt. ‘Laat ze dat thuis uitvechten. Hebben ze niets beters te doen. Hallo, ik ben er nog! Ja, die persoon die jullie moeten begeleiden!’ Zeggen kan je het niet. Je gaat weg. Je bent boos. Het is jouw huis en daar moet het gewoon gezellig zijn.

Je niet meer veilig voelen in je eigen huis, je kan je dat nauwelijks voorstellen. En toch overkomt het jou. Niet één maal, maar keer op keer…!Niet welkom zijn, mensen die lelijk tegen je doen en je ineens gaan slaan of bedreigen. Die stok die hij in zijn hand heeft, is niet leuk. Je pas versneld op zoek naar veiligheid. Op zoek naar hulp. De angst voor dat dreigende stuk hout in de hand van de ander, neemt toe. Je duikt in elkaar, de slagen komen hard aan. Een hese schreeuw klinkt.

Je bent niet veilig in jouw huis, waar mensen je kunnen opsluiten. Zomnaar omdat ze een sigaret willen roken of moeten vergaderen. Jou alleen laten in je kamer. Gelukkig heb je nu wel een eigen badkamer, anders zette die vieze stink po neer. Daar plas ik toch niet op. Mensen die je niet goed lijken te begrijpen; je boosheid verkeerd verstaan en vergeten dat jij degene bent die begeleid moet worden. Of is begeleiden beheersen geworden? Alleen mijn moeder begrijpt mij.

 Maar waar moet je dan heen, wanneer je afhankelijk bent van juist die mensen die niet met jou bezig zijn, maar meer met zichzelf? Wat kan jij eraan doen dat er steeds weer van alles verandert in de zorg. Jij hebt er niet om gevraagd. Jij wilt al die verschillende mensen niet. En dan gaan ze ook nog voortdurend buiten op jouw bank zitten kletsen en roken. De bank die niet meer jouw bank is. Ik rook niet.  Je wilt weer terug naar huis, het huis waar het wel gezellig is en waar je welkom bent, het huis waar je familie woont. Daar is het fijn. Maar je durft niet. Je bent al zo vaak naar hen toe gegaan, wanneer je je niet veilig voelde. Misschien willen ze jou ook niet meer.
Je zoekt een ander veilig thuis en klopt bij wildvreemden aan. Ik wil onderdak en op zoek naar mensen die van mij houden.  
Zo vaak verjaagd en afgewezen worden; steeds weer naar een ander huis overgeplaatst worden. Het richt veel schade aan. Je begrijpt er niets van. Jij maakt toch geen ruzie? En dan zit je eindelijk in een huis waar je je prettig voelt en dan begint het weer opnieuw. Weer die ruzies, weer die spanningen en weer die hoeveelheid begeleiders, die maar komen en gaan. Je hebt er geen zin meer in, je gaat zelf weg, maar waarheen?
Naar mijn thuis!